Ga direct naar de hoofdinhoud

Als blikken konden...

Gepubliceerd op 28 januari 2022 om 18:22

Zijn koplampen verlichten een in paniek zwaaiende man. Noah verminderd zijn snelheid. Als hij de persoon nadert, ziet hij wie het is. Kevin. De onsympathieke betweter. 

Noah en Kevin treffen elkaar eigenlijk alleen in de rechtszaal. Zowel zakelijk als privé staan zij lijnrecht tegenover elkaar. Rivalen. Vandaag hadden hun paden zich al gekruist tijdens de cursus omgaan met weerstand. De verstandhouding tussen beide heren gaat inmiddels niet verder dan noodzakelijke tolerantie. Al is dat eigenlijk al teveel gevraagd.
Vol enthousiasme was Noah die ochtend naar de cursus gegaan. Nieuwe informatie, nieuwe mensen en een dag even niet in de rechtbank. Hij had het echt als een welkom uitstapje gezien. Zijn enthousiasme was snel vervaagd toen hij bij binnenkomst Kevin had zien zitten. Ook dat nog. Een cursus omgaan met weerstand konden ze blijkbaar beiden goed gebruiken. Ironisch. Geïrriteerd had hij plaats genomen in de zaal. Zover mogelijk bij Kevin vandaan. Tijdens de pauze hadden ze elkaar ook goed weten te mijden. Beiden een norse houding. Een gesprek ontwijkend. 

Aansluitend op de cursus had Noah nog even geborreld bij vrienden in de buurt. Veel later dan gepland reed hij midden in de nacht naar huis. Zijn route is grotendeels over de doodstille onverlichte polderweg. Hij dommelde half weg en had gemerkt dat hij eigenlijk iets te veel gedronken had. 

 

Hij schrikt op als hij in de verte ineens iemand op de weg ziet staan.
Noah zet zijn auto langs de kant van de weg. Contact uit, lichten gedimd. Hij heeft hier zo geen zin in. Zuchtend draait hij zijn raampje open. Als Kevin naar binnen kijkt, ziet hij zijn gezicht vertrekken. Mopperend verteld Kevin dat hij autopech heeft. De polderweg staat erom bekend dat er slecht telefoonbereik is. “Kan je mij een lift geven?” vraagt hij met verstarde blik. Noah denkt snel na. Een tweestrijd. Ik kan hem hier niet laten staan. Het duurt waarschijnlijk uren voordat er weer een auto langskomt. Lopen zal voor hem ook geen optie zijn. Het volgende dorp is nog minstens 25 kilometer verder. Noah draait zijn raampje dicht, start de auto weer en rijdt weg. Kevin kijkt hem verbijsterd en briesend van woede na. Na vijf meter stopt Noah en klikt de deuren van het slot. Verbaasd haast Kevin zich naar de auto en stapt in. 

Zwijgend zit Kevin naast hem. Noah had nooit gedacht dat het zover zou komen. Al rijdend dwalen zijn gedachten af. Eigenlijk kent hij Kevin niet zo goed. Toen ze elkaar, twee jaar geleden, voor het eerst in de rechtbank troffen was meteen duidelijk dat de rivaliteit de boventoon zou voeren. Waar Noah strijd tegen onrechtvaardigheid, is Kevin daar om al het onrechtvaardige recht te praten. Hun ideeën over goed en fout lijken niet met elkaar te rijmen. Vanaf dat eerste moment wist Noah dat ze het ook buiten de rechtszaal niet konden gaan vinden. Nu is zakelijk en privé makkelijk te scheiden, maar ook buiten het werkveld komen ze elkaar nog al eens tegen. Zoals vandaag. Noah kijkt even naar rechts. Stoïcijns kijkt Kevin voor zich uit. We hebben elkaar eigenlijk nooit echt gesproken, denkt Noah. Zou er een beter moment komen om eens te vragen naar wie Kevin echt is? Of hij echt achter zijn zakelijke argumenten staat, of hij echt zo’n eikel is als dat ik denk dat hij is? De minuten tikken voorbij. Niemand die wat zegt. Noah zucht. Kevin kijkt even op. Zwijgend rijdt Noah verder.
Na tien minuten zwijgend naast elkaar te hebben gezeten vraagt Noah waar Kevin heen moet. Het blijkt dat hij in het dorp vlakbij hem woont. Zwijgend rijdt hij verder, de muziek gaat een tandje harder. Even later zitten ze meeknikkend met de muziek voor zich uit te staren. Als Noah na een halfuur de parkeerplaats van het station oprijdt, wisselen ze even een blik. “Bedankt” knikt Kevin en snelt de auto uit. Noah vervolgt zijn weg naar huis. Een vreemd gevoel van tevredenheid bekruipt hem.
             Een week later treft hij Kevin voor de ingang van de rechtbank. Hun blikken kruizen. Wederom staan ze straks lijnrecht tegenover elkaar in de rechtszaal. Vaste prik. Bekend terrein. Eeuwige rivaliteit. Beiden zwijgen als ze langs elkaar naar binnen stappen. Nog eenmaal kijken ze elkaar aan. Noah ziet iets anders in Kevins ogen. Niet enkel een formeel knikje. Maar een blik van vriendelijkheid. Ook Noahs eigen ogen staan vriendelijker. Glimlachend gaat Noah zitten. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.