Ga direct naar de hoofdinhoud

Columns en verhalen


Als blikken konden...

Zijn koplampen verlichten een in paniek zwaaiende man. Noah verminderd zijn snelheid. Als hij de persoon nadert, ziet hij wie het is. Kevin. De onsympathieke betweter. 

Lees meer »

Vliegtuigperikelen deel II

Commotie in een vliegtuig is nooit een goed teken. Niemand kan ergens heen en je kan vrij weinig anders doen dan hopen dat alles meevalt. Nu heb ik het gelukkig niet over het soort commotie dat ontstaat bij problemen met een vliegtuig. Nee. In dit geval is de commotie ontstaan rondom een aantal passagiers.

Lees meer »

Lange dag

Schel geschreeuw haalt mij uit m’n concentratie. Ik was rustig begonnen aan een klamme thuiswerkdag als ik door m’n open balkondeur heisa op het veldje hoor. Zonder op te staan blijf ik eerst even luisteren. Er wordt gevoetbald met, ik denk, twee kinderen. De man en vrouw die ik hoor kan ik nog niet goed plaatsen. Als er allemaal speltechnische aanwijzingen geschreeuwd worden, ga ik toch even kijken. Twee blonde jongens van, naar ik schat, vijf en twee jaar rennen achter een bal aan. De man en vrouw staan stil en willen dat de bal in hun richting geschopt wordt. Geen moeite om te bewegen. Dan valt bij mij het kwartje. Opa en oma met kleinkinderen. Waarschijnlijk gedwongen om vandaag op te passen. Ze hebben daar duidelijk geen zin in. Aan de communicatie te horen zijn ze ook wat oudere kinderen gewend en hebben klaarblijkelijk geen geduld. Het potje voetbal duurt dan ook nog geen vijf minuten. Oma kan er niet tegen dat de vijfjarige haar ingewikkelde aanwijzingen niet opvolgt. Ik zie gewoon een jongetje dat vrolijk achter de bal aanrent als het hem uitkomt.

Lees meer »

Irritaties

We vinden altijd wel iets om over te klagen, die doorn in het oog die de feestvreugde verpest. Irritaties in het verkeer. De slome duikelaar voor je op een eenbaansweg. Irritaties tijdens het winkelen. In de rij bij de kassa van de supermarkt. Waarom gaat de rij naast je altijd sneller dan die waar jij in staat? Irritaties op het werk. Die ene collega die zijn of haar mond maar niet kan houden. Ik ken het, ik ben die collega… Verlegen om een praatje na een paar dagen eenzaam thuiswerken. Het zenuwtrekje in je oog, de bus die te laat komt en de onoplettende appende puber die jou bijna omver loopt. Allemaal even irritant. Borrelt de irritatie al op als je dit leest? Wellicht irriteert het veelvuldig gebruik van het woord irritatie je inmiddels ook. Iets is irritant, een ergernis, storend. Het roept een onaangename emotie op. Onrust. Een gevoel waar we lang in kunnen blijven hangen. Is dat nu echt nodig? Ons aan alles te ergeren en in alles een punt van irritatie te vinden? Omdat iets niet gaat zoals wij dat willen. Kunnen we ons ergeren aan irriteren? Want is de grootste irritatie, de irritatie zelf niet?De irritatie benoemen maakt de situatie niet anders. De auto gaat niet sneller, jouw rij lijkt nog een stukje trager te gaan, de puber let nog steeds niet op en de bus komt niet eerder. Laten we omdenken. Die slome duikelaar voor je geniet waarschijnlijk van het uitzicht dat jou nog niet was opgevallen. De rij voor de kassa kan wel sneller gaan, maar boodschappen doen is het enige uitje buiten de deur. En die kletsende collega zorgt er eigenlijk voor dat jouw werkdag net wat gezelliger is.  Iets is zo irritant, als dat je het zelf maakt. Of niet.

Lees meer »

Vliegtuigperikelen deel I

Meteen zie ik de vragende ogen van de vrouw. Onderuitgezakt en een beetje angstig mompelt ze: “Zitten jullie hier?” Met de ene hand wijst ze naar de vliegtuigstoel links van haar, met de andere hand naar de stoel rechts van haar. Ik knik ja.

Lees meer »

Gluren

Op thuiswerkdagen tuur ik graag uit het raam. Niet omdat ik mij verveel, of omdat ik pauze heb, maar omdat ik dat verdien! Een manager pleitte ooit voor een raamkijkdag. Een dag voor jezelf. Een dag, wat eigenlijk een werkdag hoort te zijn, waar je gewoon even doelloos voor je uit kan staren. Opladen. Ik heb van de dag meer een dagelijks moment gemaakt. Maar in plaats van doelloos te staren, ga ik observeren. Ik wil alles in de gaten houden. Gluren naar de buren. Heerlijk. En er is zoveel te zien. Hoe de buurman aan de overkant, een kale 70-tiger op veel te hippe gympen, zijn geliefde auto obsessief voor de deur wil hebben staan. Direct naar buiten als er plek is. Terwijl hij een garage heeft. De buurvrouw die haar dochter naar school brengt maar uren wegblijft, spijbelend van het thuiswerken. De vreemde man die al mompelend op het midden van de weg slentert, elke dag rond hetzelfde tijdstip. Een doel lijkt hij niet te hebben. De dronkaard op het speelplein, fiets tegen het bankje, strak shirt om zijn bolle buik en blikjes bier voor de rest van de dag. Een wereld vol individuen met hun bezigheden en verhalen. Ik kan er eindeloos naar kijken. Routine, elke dag opnieuw, mij zorgen makend als ze afwijken van hun gebruikelijke gedrag. Toch vraag ik mij af of er iemand precies hetzelfde doet. Starend uit het raam, dezelfde mensen gadeslaand. Ongegeneerd glurend door de jaloezieën start ik weer een nieuwe dag. Stiekem hoop ik dat er niemand terugkijkt.

Lees meer »

Blinde paniek

Als ik de stofzuiger uitzet hoor ik een vreemd geluid. Gefladder. Binnen. Plots zie ik wat het veroorzaakt: een mus, bovenop de kast, zittend in een plant. De mus kijkt mij geschrokken aan, ik kijk geschrokken terug. Hoe krijg ik dit beest naar buiten? denk ik en hoop op twee dingen: dat hij zich niet tijdens de zoektocht naar buiten tegen het raam te pletter vliegt, en dat hij niet al m’n spullen onder schijt. Mussen poepen niet tijdens het vliegen toch? Dat doen alleen meeuwen. Iets geruster ga ik op zoek naar het keukentrapje en een theedoek. Wanneer ik terugkom met mijn wapens in de aanslag ben ik de mus kwijt. Muisstil probeer ik als een echter vogelspotter te luisteren of hij nog in huis is. Z’n zachte gefrutsel aan mijn gordijn verraad z’n schuilplaats. Als een held op sokken ga ik op m’n trapje staan met theedoek in de aanslag. Nu heel snel handelen. Niet twijfelen. Blinde paniek bij ons allebei. Met een snelle beweging probeer ik hem te vangen. Tevergeefs. Razendsnel vliegt hij naar de andere kant van het huis, bijna naar buiten, maar vlak voor de balkondeur maakt hij een zweefduik naar het plankje aan de muur. Ik zucht, dit kan zo nog lang gaan duren. Mijn plotselinge beweging maakt dat de mus zijn ontsnappingspoging weer in zet, deze keer in de goede richting en direct naar buiten! Godzijdank. Ik inspecteer de woonkamer en zie dat zowel de mus als mijn spullen deze thriller zonder kleerscheuren hebben doorstaan. Toch tref ik een klein hoopje poep op de grond aan en ben ik blij dat het geen meeuw was.

Lees meer »
Rating: 4.3333333333333 sterren
3 stemmen

Maak jouw eigen website met JouwWeb