Meteen zie ik de vragende ogen van de vrouw. Onderuitgezakt en een beetje angstig mompelt ze: “Zitten jullie hier?” Met de ene hand wijst ze naar de vliegtuigstoel links van haar, met de andere hand naar de stoel rechts van haar. Ik knik ja.
Bij het kiezen van de stoelen hebben mijn reisgenoot Marieke en ik in de rij van drie stoelen, bewust de plek tussen ons in vrij gelaten. Marieke zit graag bij het raam en ik heb de plek aan het gangpad nodig voor extra beenruimte. Een vlucht van 12 uur is geen pretje als ik mijn benen in mijn nek moet leggen. We wisten dat een vreemde tussen ons kon zitten. Nu weten we wie…
Ik begin rustig mijn spullen uit te pakken.
“Mag ik op jouw stoel zitten, kunnen we ruilen?”
De vraag komt van achter mij op gedwongen toon. Ik draai me om. Een man kijkt me onvriendelijk aan. Niet wat je zou verwachten bij een dergelijke vraag.
“Liever zit ik op mijn eigen stoel. Sorry.”
“Maar dat is mijn vrouw, dan kan ik niet naast haar zitten!” Zijn toon is nog iets dwingender geworden.
Dus? Al was ze de koningin, denk ik.
“Dan had u eerder een stoel moeten kiezen. Wij hebben deze plekken gekozen met een
reden.”
Ik pak verder mijn spullen uit. Hopelijk is mijn uitleg voldoende.
“Jullie gaan toch niet de hele tijd met elkaar kletsen? Hier zit je ook aan het gangpad. Laat mij toch naast mijn vrouw zitten!” zeurt de man.
Ik raak geïrriteerd. Het wordt een principekwestie.
“Nee meneer, ik zit op mijn eigen stoel die ik bewust heb gekozen.”
De man trekt een hoofd als een kleuter die zijn zin niet krijgt. Ik negeer hem en gluur naar de vrouw die nog geen woord gezegd heeft. Schuchter staart ze voor zich uit. Wil ze wel naast haar man zitten?
Het halve vliegtuig heeft meegeluisterd en ik krijg bijval van mijn achterburen.
“Groot gelijk hoor, lekker op je eigen stoel gaan zitten,” knipoogt een man.
Gaande de vlucht trakteert meneer brompot mij regelmatig op een boze blik als ik rondkijk. Zijn vrouw zit mokkend muziek te luisteren. Marieke en ik babbelen regelmatig. Manoeuvrerend om de vrouw heen. Ze lijkt haar hoofd precies tussen ons in te bewegen. Het “gelukkige” echtpaar praat geen seconde met elkaar.
Zoals verwacht blijkt meneer brompot ook een typisch gevalletje zuurpruim en zeikerd te zijn. Als een groepje jongens het net iets te gezellig heeft, klaagt hij als eerste. Als ik twee tellen mijn mondkapje af doe omdat ik het heet heb, krijg ik te horen dat ik hem op moet houden. En als klap op de vuurpijl: wanneer hij staat te wachten – op verzoek van het personeel - om het vliegtuig te verlaten en de andere rij ziet lopen, roept hij op kinderachtige toon “maar zij mogen wel lopen”. Hij gaat er nog net niet bij huilen. Ik snap wel dat zijn vrouw niet 12 uur naast hem wilde zitten. Ik zou ook gek van hem worden.
Als onze vlucht na de tussenstop verder gaat ben ik blij dat ik van de brompot verlost ben. Eindelijk rust! Tenminste dat dacht ik…
Typisch Hollander
Reactie plaatsen
Reacties